Doping
Home | Dossier | Artikels | Links

Welke sporter is nog sportief?

 


Ethische of medische kwestie?

Hebben affaires een afschrikkend effect?

Harde of zachte aanpak?

Welk producten zijn er en wat doen ze?

Toekomst: vrij gebruik?


Ethische of medische kwestie?

Een allereerste vraag is: waarom de atleet doping neemt. Da's nogal duidelijk: om te winnen, voor het record, voor de lieve centen. De vraag is echter minder evident als de atleet goed genoeg weet dat doping niet alleen oneerlijk is, ethisch onverantwoord, maar ook nog eens gevaarlijk: bijwerkingen op korte termijn en neveneffecten op lange termijn van bepaalde middelen zijn bekend. Maar toch is de atleet bereid letterlijk zijn hachje te riskeren. Als de commercie de sport in haar greep heeft, is er van sportiviteit nog maar weinig sprake meer.
De Amerikaanse sportarts Bob Goldman stelde zowat 200 willekeurige sporters de hypothetische vraag of zij een prestatieverhogend middel zouden nemen, dat onmogelijk te detecteren valt en dat hen vijf jaar lang overwinningen garandeert. 195 van hen antwoordden volmondig ja. Nog schokkender is de helft van hen nog steeds 'ja' zei ondanks de nevenwerking van het hypothetische middel dat ze na die vijf jaar onvermijdelijk zullen overlijden.
Op de OS van Atlanta werd 198 deelnemers de keuze voorgelegd tussen een gezond leven zonder Olympische roem of Olympisch goud maar een vroege dood door het dopinggebruik: slechts 3 van hen kozen voor een rustige oude dag. Ironisch toch hoe men z'n eigen gezondheid wil opofferen, terwijl sport toch eigenlijk beoefend moet worden om er gezonder van te worden...
Het mag dus in ieder geval wel duidelijk zijn dat topsporters geen last hebben van ethische vragen of scrupules hebben voor het gebruik van desnoods illegale en zelfs op lange termijn nefaste versterkende middelen. Er zijn heus wel atleten die bewust nee zeggen of dat althans beweren. Zo joeg de Amerikaanse sprintster Gwen Torrence het atletiekwereldje tegen zich in het harnas door te beweren dat zij clean was en bijna al de anderen niet. Toen ze vierde werd in Barcelona noemde zij zichzelf de morele winnares, want de nummers 1 tot 3 hadden geslikt...

top


Hebben affaires afschrikkend effect?

De lijst van dopingaffaires is ontzettend lang. En het zijn heus niet alleen de wielrenners en de atletiekbeoefenaars die zich laten verleiden. Volgens cijfers van het IOC bestaat de top-5 van sjoemelaars uit gewichtheffers, ruiters, worstelaars, wielrenners en boksers.
Bekend en met grote invloed waren de gevallen:

• in de wielersport:
- Tom Simpson: Engelse wielrenner die op 13/7/67 op de Mt Ventoux overleed aan een combinatie van uitputting, alcohol en amfetamines. Sindsdien verbiedt de Wielerunie alle mogelijke stimulerende middelen: van amfetamines tot efedrine (dat ook in hoestsiroop zit).

- Marco Pantani: Italiaans wielrenner, op één dag voor het einde van de Giro '99, waarin hij aan de leiding stond, uit de rittenwedstrijd gezet voor epo-gebruik.
- Richard Virenque: de kopman van de Festina-ploeg wordt in de Tour van '98 betrapt op het gebruik van EPO. Eigenlijk werd de hele ploeg bevoorraad met verboden middelen. De aanhouding van verzorger Willy Voet (foto), vlak voor de Tour, is de aanleiding tot deze zaak die tot een heus proces komt wegens verboden drugsbezit. Voet, die ook Lotte beschuldigt van epo-grbruik, wordt daarin voorwaardelijk veroordeeld en krijgt een geldboete. Sportdirecteur Roussel wordt ook gearresteerd en berecht. Bolletjestruidrager Massi moet ook uit de Tour stappen. Dopingdokter van dienst, dr. Rijkaert, die ook zwaar wordt gestraft, ontkent de feiten.
- Dat de Tour van '98 werd gewonnen door Pantani herinnert zich nauwelijks iemand nog. Wel dat na Festina ook bij de TVM-ploeg van Cees Priem en verzorger Jan Moors verboden middelen worden gevonden. De ploeg trekt zich terug uit de Tour. Ook hier wordt de affaire rond de ploeg voor een rechtbank gebracht.
- Ook de Italiaanse ronde, de Giro, blijft niet gespaard. De editie van 2001 zal altijd in de herinnering blijven door de inval van een narcotica-rechercheteam bij de wielerploegen in de Giro. O.a. bij Frigo worden verboden middelen ontdekt.
- Frank Vandenbroucke: op de dag dat de Belgische frank verdwijnt, is het ook definitief gedaan met de al eerder door 'psychische' problemen geplaagde Frank Vandenbroucke. Nadat zijn Franse verzorger Bernard Sainz (die een kwalijke dopingreputatie heeft) betrapt is met dopingmiddelen in zijn auto, wordt bij Vandenbroucke thuis EPO, morfine en clenbuterol gevonden. Vandenbroucke wordt meteen ontslagen uit zijn ploeg Domo. Meteen zit ook zijn wielercarrière op.

• in de atletiek:
- Ben Johnson: Canadees sprinter die in '88 slechts 1 dag Olympisch kampioen en wereldrecordhouder was omdat anabole steroïden gevonden werden in zijn urine. Aanvankelijk stil gehouden, maar uitgebracht door prins de Merode werd de atletiekwereld op z'n kop gezet. Het kostte Johnson 2 jaar schorsing, maar toen hij in '93 opnieuw betrapt werd, kreeg hij 'levenslang'. Onlangs kon Johnson, die persoonlijk trainer werd van voetballer Said Gaddafi (zoon van), een zakkenroller die hem net had bestolen niet inhalen.
Minder geruchtmakend, maar evenzeer onthutsend waren de affaires waarin andere, zelfs gerespecteerde sporters betrokken waren:
- Javier Sotomayor: Cubaans hoogspringer (voormalig Olympisch en wereldkampioen en -recordhouder) die op cocaïnegebruik betrapt werd tijdens de Pan Amerikaanse Spelen in '99 en zo een ticket voor Syndney misliep.
- Dennis Mitchell: Amerikaans sprinter, in '99 betrapt met een te hoog testosterongehalte
- Dieter Baumann: Duits 5.000 m-Olympisch kampioen, '99, nandrolon
- Merlene Ottey: Jamaïcaanse sprintster, betrapt op het WK in Sevilla '99, maar later toch clean bevonden en aanwezig op de OS van Sydney.
- Linford Christie: Brits sprinter die jarenlang verrassingscontroles kon ontlopen omdat de dopingcontroleurs enkel zijn kantooradres kenden, maar begin '99 toch betrapt op nandrolon, toen zijn carrière toch al voorbij was.
- Kelli White: Amerikaanse sprintster wordt tijdens het WK in Parijs 2003 (waar ze tweemaal goud wint) betrapt op het gebruik van Modafinil. Dat moeilijk opspoorbare middel zat in het medicijn Provigil dat White naar eigen zeggen gebruikt tegen narcolepsie en staat pas vanaf 2004 op de lijst van verboden producten. Op het moment van inname stond Modafinil op de lijst van 'aan doping verwante producten' en dat had White moeten weten. De IAAF aanvaardt haar argumentatie niet.
- de THG-affaire: midden oktober 2003 wordt niet alleen White, maar ook sprintster Marion Jones en haar partner en 100 m-wereldrecordhouder Tim Montgomery en nog andere Amerikaanse atleten genoemd in een grootscheeps dopingschandaal. Zij zouden het anabole steroïde 'tetrahydrogestrinon' geslikt hebben, dat - zo dacht men - onopspoorbaar is. Meteen komt Athene 2004 in gevaar voor vele gerenommeerde atleten, onder wie ook de Brit Dwain Chaimbers, als zij geschorst zouden worden.

• in het voetbal:
- Diego Maradona: Argentijns voetballer werd op het WK in de VS '94 betrapt op het gebruik van cocaïne.
- de Nederlandse top-internationals Jaap Stam, Frank de Boer, Edgar Davids: allen in 2001 betrapt op het gebruik van nandrolon.

• andere sporten:
- Mats Wilander: Zweeds tennisser, '96, cocaïne
- zowat de hele Finse langlaufploeg wordt na het WK in 2001 betrapt op nandrolon en zij wordt uitgesloten voor de Olympische Spelen in 2002.
- Ook van de Zomerspelen in Sydney worden tal van atleten, betrapt op doping, weggehouden: van zwemster Jevgenia Jermakova (Kazachstan), gewichtheffer Chen Po-pu (Taiwan), bokser Anosheravan Nourian (Iran), snelwandelaar Liu Yunfeng (China), ruiter Eric Lamaze (Canada) tot wereldkampioen gewichtheffen voor vrouwen Chen Jui-Lian (Taiwan) en haar collega Wu Mei-yi (Taiwan) en zelfs voormalig Olympisch kampioen 5.000 m Dieter Baumann (Duitsland). De Chinese ploeg is merkwaardig afgeslankt bij het begin van de Spelen. Bij aankomst in Australië wordt de Oezbeekse delegatie betrapt met valiezen vol hormonen.
- Het is van Calgary ('88) geleden dat er nog een atleet op Olympische Winterspelen wordt betrapt op doping, maar het is dan ook maar sinds de laatste Spelen, in Salt Lake City in 2002, dat er zo intensief op doping gejaagd wordt. Drie medaillewinnaars in het langlaufen worden betrapt op het gebruik van darbepoetin en twee van hen verliezen hun laatste gouden plak: de Duitse Spanjaard Johann Mühlegg en de Russische Larissa Lazutina.

Maar de vraag blijft: was een affaire-Johnson nu niet meer propaganda voor anabole steroïden dan een waarschuwing (men wordt toch gepakt)? Twijfelaars werden immers overtuigd van de wondere krachten van bepaalde middelen; dat Johnson en anderen zich lieten pakken, was omdat ze stom of slordig waren. Dat dopinggevallen en steeds nieuwe of andere producten blijven opduiken, is toch niet het bewijs dat zulke affaires een afschrikwekkende werking hadden.

top


Harde of zachte aanpak?

Op de OS van Sydney wordt voor het eerst naar het sinds enkele jaren fel omstreden epo gespeurd via bloed- en urinetesten. Met een maximaal voorzien aantal van 400 controles tijdens de Spelen heeft de medische commissie beslist om gericht te werken, en die atleten te viseren die eventueel beroep zouden kunnen doen op EPO. De tests zijn echter omstreden omdat epo na 72 uren eigenlijk al niet meer te onderscheiden valt, terwijl de werking ervan toch langer duurt. Maar het IOC rekent toch op een voldoende afschrikkend effect.
Een Amerikaanse studie door de Universiteit van Colombia is echter niet mals voor de dopingaanpak van het IOC. De studie besluit dat 90% van alle Olympische atleten prestatieverhogende middelen gebruikt en dat het IOC te weinig daaraan doet. Dat de Amerikanen de hand in eigen boezem steken, reageerde het IOC: in de VS gaan dopinggebruikers vrijuit. Meer nog: een volgespoten atleet als honkballer en recordhouder homeruns Marc McWire, die helemaal niet verhult dat hij het groeihormoon dihydroepiandosteron of DHEA als het ware tussen z'n boterhammen smeert, is er een nationale held. Eind juli kloeg een voormalig arts van het Amerikaanse Olympische Comité nog aan dat in de VS dopinggebruikers systematisch ongemoeid gelaten worden.
Ook anderen hebben kritiek op de aanpak van het IOC. Zo kloeg in 1999 een Deens onderzoeker aan dat het IOC niet in staat is of niet echt happig is op het aanpakken van het probleem. Hij was met name boos dat het IOC een test om groeihormonen op te sporen niet verder wou ontwikkelen en gebruiken in Sydney.

top


Welk producten zijn er en wat doen ze?

Wat is dat?

• Dopinggroepen:
Dopinggroepen bevatten stoffen en verwante verbindingen die niet of slechts in beperkte mate in de urine mogen voorkomen, ook als ze voor een medische behandeling werden gebruikt. Er zijn vijf dopinggroepen:

1. Stimulantia
Het meest beruchte voorbeeld van stimulantia zijn amfetaminen, waarvan het gebruik vooral bij duursporters wordt vermoed. Tot de bijwerkingen behoren rusteloosheid, hoofdpijn, duizeligheid, hallucinaties, hartkloppingen en stijging van de bloeddruk. Andere voorbeelden zijn psychostimulantia als cocaïne, dat het vermoeidheidsgevoel kan verminderen, en coffeïne. Coffeïne is niet geheel verboden; in de urine mag een concentratie van 12 microgram per milliliter voorkomen. Bij het drinken van drie tot zes koppen koffie per dag is dat overigens al mogelijk. Ook sympathicomimetica behoren tot deze groepen, hoewel een stof als efedrine vaak voorkomt in middelen als neusdruppels en hoestdranken tegen verkoudheid en hooikoorts. Sommige middelen worden ook bij de behandeling van astma of andere aandoeningen van de luchtwegen gebruikt.
Wel staat het IOC sinds enige jaren middelen als salbutamol, terbutaline en salmeterol toe, maar alleen via inhalatie. Het gebruik van deze middelen moet vooraf aan de controleurs worden gemeld.

2. Narcotische analgetica
Het gaat hier om pijnstillers, die ertoe kunnen bijdragen dat sporters beter kunnen 'afzien', maar die ook verslavend kunnen zijn. Voorbeelden zijn morfine en tramadol. Tot de bijwerkingen behoren misselijkheid, obstipatie, galsteenkolieken en ademhalingsdepressie.
Ook een stof als codeïne, die tegen hoesten kan worden gebruikt, viel jarenlang onder deze categorie, maar is tegenwoordig toegestaan.

3. Anabole middelen
Anabole steroïden bevorderen de aanmaak van eiwit en gaan de afbraak ervan tegen, vooral in de geslachtsorganen, de huid, het skelet en de skeletspieren. Soms gaan ze de vetafbraak tegen. Testosteron, een geslachtshormoon dat van nature in het lichaam voorkomt, en andere, verwante steroïden hebben invloed op de groei en kunnen bij vrouwen vermannelijking en menstruatiestoornissen veroorzaken en bij mannen prostaatvergroting en remming van de vorming van zaadcellen.

4. Diuretica
Diuretica worden gebruikt om bij bepaalde ziektes zout en water uit het lichaam te elimineren. Sporters gebruiken ze om hun lichaamsgewicht te verminderen. Bij sporten als judo, gewichtheffen, boksen en worstelen is het lichaamsgewicht van belang om te voldoen aan de eisen die aan de indeling in een gewichtsklasse worden gesteld. Volgens het IOC is het medisch niet verantwoord en ethisch onaanvaardbaar om zo snel het eigen gewicht te verminderen. Dat geldt evenvoor het gebruik ervan als 'maskeringsmiddel'.
Met diuretica kan een snellere uitscheiding van de urine worden opgewekt, waardoor de concentratie van geneesmiddelen in de urine wordt verlaagd en verboden stoffen dus moeilijker zijn aan te tonen. Tot de bijwerkingen behoort een verstoorde water- en elektrolytenbalans, die gepaard gaat met een droge mond en kramp. Ook is er een verhoogde kans op vermoeidheid.

5. Peptide, glycoproteïne hormonen en analoga
Een middel als HCG vergroot bij mannen de productie van testosteren en bij vrouwen van oestrogenen. Een ander voorbeeld is het groeihormoon HGH dat de omvang van de skeletspieren beïnvloedt. Het IOC vindt het gebruik van groeihormonen in de sport onethisch en gevaarlijk door verscheidene bijwerkingen, zoals allergische reacties.
Groei- en andere hormonen zijn dikwijls niet in de urine aan te tonen en worden daarom soms door sporters gebruikt in plaats van middelen die wel via de urine zijn op te sporen. Het IOC stelt het gebruik van dergelijke stoffen gelijk aan dat van testosteron en corticosteroïden. Tot deze categorie behoort ook het middel epo (erytropoëtine) dat in de Tour de France zoveel commotie veroorzaakte. Trombose en pseudogriepsymptomen behoren tot de bijwerkingenen vooral het risico dat het hart het door epo verdikte bloed niet meer kan rondpompen.


• Verboden methoden:
Hierbij gaat het niet om verboden stoffen, maar om manipulaties van dopingcontroles, bloedtransfusies en het gebruik van middelen die op zichzelf niet schadelijk zijn, maar wel de dopingcontroles bemoeilijken:

1. Bloeddoping
Sporters die hun toevlucht zoeken tot bloeddoping laten zes tot twaalf weken voor de wedstrijd hun bloed aftappen. Ze trainen vervolgens door met een kleiner bloedvolume. Kort voor de wedstrijd, minimaal 24 uur, laten ze zich het eerder afgetapte bloed toedienen. Resultaat van deze toename van het bloedvolume en het hemoglobine-gehalte is dat het vermogen om zuurstof op te nemen groter wordt - en dus het uithoudingsvermogen. Daarom wordt bloeddoping vooral bij duursporters aangetroffen.
Het IOC vindt bloeddoping in strijd met de medische en sportethiek. Ook wijst het op de risico's die verbonden zijn aan transfusies met bloed en aan bloed verwante producten: onder meer allergische reacties zoals uitslag en koorts, nierbeschadiging, geelzucht en overdracht van infectieziektes als AIDS en virale hepatitis.

2. Toediening van kunstmatige zuurstofdragers of middelen die het plasmavolume vergroten

3. Farmacologische, chemische en fysieke manipulatie
Dit betreft methoden die kunnen worden gebruikt om de dopingcontrole en -analyse te saboteren. Zoals catheterisatie, knoeien met urine en het gebruik van middelen als probenicide dat de uitscheiding van stoffen via de nieren afremt of epitestosteron.


• Restricties:
Onder deze groep vallen middelen waarvan het gebruik niet altijd verboden is, maar waarvoor beperkingen kunnen gelden:

1. Alcohol
Een sportorganisatie kan besluiten dat het gebruik van alcohol via een adem- of bloedanalyse kan worden getest, waarbij het gaat om de stof ethanol. De regels kunnen voorschrijven dat bij overmatig gebruik een sanctie volgt. Het IOC laat dit aan de sportorganisaties over.

2. Marihuana
Hiervoor geldt in grote lijnen hetzelfde als bij alcohol.

3. Lokale anaesthetica
Procaïne, lidocaïne en bupivacaïne zijn voorbeelden van verdovingsmiddelen die mogen worden ingespoten; cocaïne daarentegen is verboden. Een aneastheticum mag alleen lokaal worden ingespoten en het gebruik moet medisch verantwoord zijn. Sportorganisaties kunnen eisen dat het gebruik vooraf schriftelijk wordt gemeld.

4. Corticosteroïden
Het gebruik van deze natuurlijk voorkomende stoffen, bekend van de wielersport, kan spier- en peesontstekingen verzachten maar ook letsels bij de gewrichten en peesbanden veroorzaken. Het kan de heling van wonden op gevoelige huidplekken, zoals het zitvlak, vertragen. Het IOC staat het gebruik van coricosteroïden alleen om medische redenen toe, bijvoorbeeld voor de behandeling van astma.

5. Bètablokkers
De zogenoemde bèta-receptorblokkerende stoffen hebben een kalmerende invloed bij verrichtingen die om beheersing van de motoriek vragen. Het gebruik wordt vermoed bij geweerschutters, die hun schoten tussen de kloppingen van de halsslagader in wensen af te vuren. Een bètablokker zou een onregelmatige hartslag of een verhoogde hartfrequentie kunnen corrigeren. Bètablokkers zijn niet bij alle sporten verboden. Behalve slaapstoornissen, zijn schadelijke bijwerkingen zijn niet bekend.


Wat doet wat?

Eind '98 maakte de medische commissie van het IOC bekend het voedingssupplement creatine niet als stimulerend middel te beschouwen en dat het hier niet om doping gaat. Een aanvechtbare beslissing want van creatine is, net zoals bij epo, bewezen dat het de prestaties verhoogt. Vooral sporters die korte inspanningen doen, hebben er baat bij. Waarom wordt het ene niet verboden en het andere wel, hoewel het allebei lichaamseigen stoffen zijn? Omdat het niet schadelijk is? Epo kan dat wel zijn.
- Epo (erytropoetïne) stimuleert de productie van rode bloedlichaampjes, die zuurstof het lichaam ronddragen; een epo-kuur van enkele weken heeft hetzelfde effect als maanden trainen op grote hoogte. Gevolg is dat de uithouding fel toeneemt. Risico: hoge hematocrietgehaltes (gehalte van rode bloedcellen) verhogen het gevaar op klonters in het bloed en dus hersen- en hartinfarcten en longembolieën. Volgens mensen die het kunnen weten zijn sinds de introductie van epo begin jaren '80 al duizenden sporters eraan bezweken. Aanvankelijk bleek epo moeilijk op te sporen omdat het product ongeveer dezelfde eigenschappen had als de natuurlijke proteïne die door de nieren wordt afgescheiden. Maar de dopinglabs hebben ondertussen betrouwbare tests ontworpen.
- Darbepoetin: de Amerikaanse epo-fabrikant Amgen heeft in de vorm van darbepoetin alfa een verbeterde epo-versie gefabriceerd. Het is krachtiger, werkt drie keer langer en heeft dus veel minder injecties nodig. Nadeel is wel dat het nog makkelijker dan epo is op te sporen omdat het langer in het bloed aanwezig blijft en aantoonbare suikerverbindingen en aminozuren bevat. Ook hier zijn nevenwerkingen mogelijk: diarree, hartritmestoornissen en hartinfarct.
- Anabole steroïden (o.a. nandrolon, stanazolol) zijn van nature aanwezig in het lichaam en stimuleren de aanmaak van spierweefsel, maar een extra toediening (om vermoeidheid te verminderen en recuperatie te versnellen, en om kracht te winnen door proteïnes aan te maken) kan uiteindelijk leiden tot lever- en hartaandoeningen, maar ook tot kaalheid, stemverzwaring, haargroei bij vrouwen en borstgroei bij mannen, onvruchtbaarheid...
- Groeihormonen (HGH: human growth hormone) doen spierkracht en -massa toenemen. Vooral zwemmers zijn erop verlekkerd, zeker omdat het quasi niet op te sporen is (enkel tot 36 uren na toediening). Maar ze kunnen zich verraden door een abnormale groei van hun voeten, handen en gezichtsbeenderen, maar de middelen kunnen ook gevaarlijk zijn voor de bloeddruk.
- Amfetamines werken concentratieverhogend en gaan vermoeidheid tegen, maar veroorzaken hartritmestoornissen, duizeligheid en angstaanvallen.
- Bètablokkers verlagen de hartslag (ideaal voor duursporters en precisiesporters als schutters), maar veroorzaken dan weer hartproblemen bij grote inspanning.
- Modafinil werkt als amfitamines; het maakt in de hersenen adrenaline aan, zodat de atleet in staat van opwinding komt.
- Insuline vermeerdert de eiwitopbouw, maar verlaagt het bloedsuikergehalte.
- Efedrine stimuleert de bloeddoorstroming en concentratie, maar verhoogt ook de bloeddruk.
- Diuretica (gebruikt door boksers, gewichtheffers, judoka's en andere sporters die onder een bepaald maximumgewicht moeten blijven) doen het lichaam vocht verliezen, maar veroorzaken spierkrampen.
- Corticosteroïden werken ontstekingsremmend, maar veroorzaken slapeloosheid, hoge bloeddruk en psychische stoornissen.

- Tetrahydrogestrinon: of THG, een anabole steroïde, spierversterkend dus. top


Toekomst: vrij gebruik?

Het feit dat het IOC blijkbaar creatine toelaat omdat het in wezen onschadelijk is, terwijl het toch concurrentievervalsend is, is een bewijs dat men het opgegeven heeft nog ethische bezwaren te hebben tegen dopinggebruik? Uiteraard niet, zo klinkt het officieel: zonder ethiek is de sport gedoemd zichzelf te vernietigen, zo zei Alexandre de Merode ooit.
Maar het lijkt in tegenspraak met de uitlating van zijn baas, IOC-topman Juan Antonia Samaranch, deze zomer, dat hij graag zou zien dat de dopinglijst alleen maar middelen zou opnemen die de gezondheid van de gebruiker schade toebrengen. Het lijkt hem immers onhoudbaar het gebruik van doping nog in te dammen. Dan kan men enkel nog de atleet tegen zichzelf beschermen.
Een een heel andere aanpak staat zijn opvolger, dr. Jacques Rogge, voor. Misschien in de eerste plaats omdàt hij dokter is en kan weten wat doping zoal aanricht in een mensenlichaam. De aanpak van doping is zelfs een prioriteit van zijn ambtstermijn als IOC-voorzitter. De eerste harde aanpak kon men al merken op de Spelen in Sydney, waar Rogge algemeeen IOC-coördinator was. Ook op de Spelen van Salt Lake City wordt streng opgetreden.
De opmerkelijke wens van Samaranch kadert misschien ook in de ervaring die de internationale atletiekfederatie IAAF had met 400 m-loper Butch Reynolds, die aanvankelijk geschorst werd wegens een te hoog testosterongehalte, maar voor een rechter toch zijn gelijk kreeg én een forse schadevergoeding. Sindsdien valt op dat internationaal betrapte (Amerikaanse) atleten, als Mary Decker en Sandra Farmer, er makkelijk vanaf gekomen zijn.
De oproep van een Nederlands sportpsycholoog, Peter Blitz, de dopingcontroles maar te laten vallen, gaat ook in die richting, maar zijn motivatie is anders. Doping moet kunnen, volgens de psycholoog, omdat topsport zonder doping gevaarlijker is dan sport met doping: de atleet is geen junkie, maar een prof die goed weet wat hij met zijn lichaam kan aanvangen, volgens Blitz.
Er valt wat voor te zeggen om doping te legaliseren: als de ene doping gebruikt en de andere niet, is dat oneerlijke concurrentie; als ze allen doping gebruiken (ze doen maar: het is HUN lichaam), is de strijd weer gelijk. Er was ooit een tijd (eind 19de eeuw) dat men veel trainen voor een wedstrijd als concurrentievervalsing beschouwde... En misschien schakelt het (dan overbodig geworden) dopinggebruik zichzelf zo wel uit? Maar zo naïef zullen we best niet zijn: men zal dan toch altijd zoeken naar nog straffere middelen: nog effectiever, en nog gevaarlijker...
Koen DRIESSENS

top