De massale protesten tegen de gewraakte Eenheidswet van premier Eyskens (zie 1960) beginnen op 15 december 1960 en duren voort tot eind januari 1961. Vooral in Wallonië zijn ze gewelddadig. In Brussel valt op 30 december zelfs een dode: het eerste dodelijke betogingsslachtoffer in ons land sinds de Koningskwestie van 1950. In het hele land komt het openbare leven tot stilstand. Treinen en trams rijden niet meer, het huisvuil wordt niet meer opgehaald, schepen worden niet meer gelost of versast. De inzet is dan ook niet min. De regering wil tien miljard frank besparen op de staatsbegroting en een even groot bedrag innen via nieuwe belastingen. Premier Eyskens geeft niet toe aan de druk van de straat. Op 13 januari wordt de Eenheidswet goedgekeurd door de Kamer, en op 13 februari door de Senaat. Het is echter een Phyrrus-overwinning voor de koppige Leuvense premier, want een week later valt de regering en wordt de uitvoering van zijn Eenheidswet verlamd. Op 21 april komt er een nieuwe regering, zonder Gaston Eyskens en met een ander programma.
De Eenheidswet is ongetwijfeld goed bedoeld, maar brengt het land op de rand van de afgrond. Samen met de sociale onvrede worden namelijk ook de communautaire spanningen aangewakkerd. De Luikse vakbondsleider André Renard, bezieler van de protesten tegen Eyskens, eist zelfs de oprichting van een federale staat en richt de Mouvement Populaire Wallon op. Een talentelling wordt onder zware Waalse druk afgelast, er komt een Waals wetsontwerp voor federalisering, en in oktober houden de Vlamingen hun eerste grote "Mars op Brussel".
Behalve het verzet tegen de Eenheidswet heeft de Belgische regering in 1961 nog andere katten te geselen. Met name dan in Congo, waar de politieke en militaire toestand heel het jaar uiterst onrustig blijft. Als de afgezette premier Lumumba vermoord wordt, slaan zijn soldaten aan het muiten en richten verscheidene bloedbaden aan, die onder meer het leven kosten aan zes Italiaanse UNO-piloten. Acht Belgische soldaten worden in januari opgepakt door Congolese rebellen en pas vrijgelaten in juni. Inmiddels trekt ons land alle politieke en militaire adviseurs noodgedwongen uit Congo terug. De dreigende afscheiding van de provincie Katanga kan bezworen worden, maar kost het leven aan UNO-secretaris-generaal Dag Hammarskjöld, die onderweg naar Katanga neerstort met zijn vliegtuig. Ook hier moeten de Belgen het veld ruimen. Net als vorig jaar landen vele vliegtuigen met vluchtelingen op Zaventem.
Ook in eigen land zijn er nog de nodige tegenslagen. In februari wordt de streek van Samber en Maas getroffen door zware overstromingen. Duizenden mensen worden geëvacueerd. Een grondverschuiving in het Waalse Moulins Saint-Fleuron kost in dezelfde maand elf mensenlevens, en bij het neerstorten van een Boeing 707 van Sabena in Berg (Kampenhout) vallen 73 doden. Het toestel komt uit New York en heeft onder meer een groep Amerikaanse kunstschaatsers aan boord. Na een mislukte landing op Zaventem boort het zich enkele kilometers noordelijker in de Brabantse landbouwgrond. En op 6 augustus overlijdt kardinaal Jozef van Roey, 87 jaar oud. Bisschop Suenens volgt hem op.
|