In 1964 staat onze ex-kolonie Congo opnieuw centraal op de politieke agenda. In het begin van het jaar wordt Moise Tsjombe door president Kasavubu belast met de vorming van een regering, nadat zijn voorganger Adoela er niet in geslaagd was het land te pacificeren. Maar ook Tsjombe faalt. Opstandelingen roepen in Stanleystad de Volksrepubliek Congo uit en verjagen in grote delen van het land het Congolese leger. De weg is vrij voor de bloeddorstige Simba-strijders, die aan het plunderen slaan en het vooral gemunt hebben op de Westerlingen die nog in Congo wonen. Op 18 november is de toestand onhoudbaar en roept premier Tsjombe de Belgische hulp in. Vijf dagen later landen 600 Belgische paracommando's in Stanleystad en Paulis en bevrijden meer dan 2.000 landgenoten. Ze kunnen echter niet verhinderen dat meer dan honderd Belgen vermoord worden door de rebellen.
1964 is ook het jaar van de allereerste doktersstaking uit onze geschiedenis. De artsen leggen op 1 april het werk neer als de regering-Lefèvre niet wil toegeven inzake de gratis verzorging van weduwen, invaliden, gepensioneerden en wezen. Om opeising te voorkomen trekken honderden artsen naar het buitenland. De regering slaat terug door 3.500 ziekenhuisartsen en geneesheren-onderofficieren op te vorderen, en op 18 april is de historische staking voorbij.
Is er ook goed nieuws in 1964? Jazeker, het is een prachtige, lange en warme zomer. De Boudewijnsnelweg wordt helemaal afgewerkt. Gaston Roelants en Patrick Sercu halen goud op de Olympische Spelen van Tokio en Eddy Merckx heeft zijn eerste wereldtitel op zak.
|