| Het geld van de kerk |
|
|
|
|
|
|
|
|
De kerk is geen schatkamer
|
|
“Het meest verrassend vind ik dat zo’n gecentraliseerde kerk als de katholieke zo’n versnipperde financiële structuur heeft. In totaal gaat het om 8.000 verschillende portemonnees. Raak daar maar eens wijs uit.” Dat zegt Geert Delbeke (66)(foto Dirk Vertommen), auteur van een zopas gepubliceerd boek over Het geld van de Kerk. Geert Delbeke was van 1968 tot vorig jaar verbonden aan de Katholieke Televisie- en Radio-omroep (KTRO). Hij is de eerste die een (uitgebreid)
boekje opendoet over de financiële achtergronden van de Kerk, waarvoor hij ook de medewerking
kreeg van betrokken instanties. “Ik heb de indruk dat de tijd van de geheimdoenerij
voorbij is. Zo vernam ik dat de Belgische bisdommen jaarlijks rond de 125.000 euro afdragen aan Rome.”Hoe rijk is de Kerk nu werkelijk? Niet te zeggen, want dé portemonnee van dé Kerk bestaat niet. België telt 3.895 parochies die elk minstens twee portemonnees hebben: de kerkfabriek en een vzw. Die parochies zijn verenigd in 244 decanaten, ook elk met minstens één vzw. Dan zijn er nog de acht bisdommen met hun eigen structuren. Zo kom je uit bij in totaal 8.000 portemonnees. En dan heb ik het nog niet over de kloosters en abdijen, noch over de vele katholieke organisaties en verenigingen zoals Broederlijk Delen en Welzijnszorg. De vele kunstschatten van de Kerk zijn toch een immense schatkamer? De kunstschatten van vóór Napoleon, roerend en onroerend, zijn eigendom van de gemeenten. Ze zijn niet te gelde te maken, maar onvervreemdbaar eigendom van de gemeenschap. Wat betaalt de overheid aan de Kerk? Voor salarissen 100 miljoen euro, van de gemeenten komt ook ongeveer zoveel. Daarnaast wordt in totaal 280 miljoen euro uitgekeerd voor het onderwijs in godsdienst en lekenmoraal. Alles samen geven de overheden - staat, gewesten en gemeenten - 580 miljoen per jaar uit aan levensbeschouwing. Daarvan gaat precies 79,28% naar de katholieke kerk. En dus niet 96%, zoals destijds gelanceerd. Is er controle op deze geldstromen? Neen. Een bisdom, een parochie, een klooster, een instelling... zijn allemaal financieel gescheiden machten. Bij mijn onderzoek was ik verrast door het kunst- en vliegwerk dat bisdommen moeten doen om de eindjes aan mekaar te knopen. Over verborgen schatten beschikt de Kerk zeker niet. Priesters worden steeds meer vervangen door parochie-assistenten, leken. Krijgen die dezelfde wedde als een pastoor? Ja, en de vraag is of zo’n jaarsalaris van 16.672 euro wel ernstig te noemen is voor iemand met zo’n verantwoordelijkheid. Mensen met een gezin moeten afhaken. Hier dringt zich een serieuze herziening op. Daarvoor kan men zich misschien laten inspireren door het wetsontwerp over de salarisschalen van de morele consulenten in de georganiseerde vrijzinnigheid. Ze krijgen een beginwedde van 24.000 euro, met tweejaarlijkse verhogingen tot 42.800 euro per jaar. Twee keer zoveel als een pastoor of een parochieassistent. Hebt u ook een idee van de rijkdom van congregaties en abdijen? Kloosters hebben een rijk patrimonium opgebouwd maar geven het aan de samenleving terug, want vele zijn volop bezig met de overdracht van hun instellingen aan nieuwe vzw’s, bestuurd door leken. Weinig bekend is wat religieuze congregaties - zeker van vrouwen - opbrengen voor steun aan sociale projecten van alle aard, ook niet-kerkelijke hulporganisaties zoals Greenpeace. De Kerk verliest steeds meer terrein. Moet de overheid er zoveel geld blijven insteken? In feite betekenen die 580 miljoen euro per jaar in totaal een peulenschil. Er zullen trouwens steeds plekken in de samenleving nodig zijn die tot niets dienen, maar waar mensen rust, stilte en bezinning kunnen vinden. Opvallend is dat mensen hun parochiekerk niet graag afgeven, ook al gaan ze er niet naar de mis. Zo heeft de stad Charleroi een bevraging gedaan bij de bevolking welke van de 72 kerken afgebroken kon worden. Het antwoord was: geen enkele... Geert Delbeke, Het geld van de Kerk, 320 blz., 19,95 euro, Davidsfonds, Leuven. “Priesters verdienen niet veel maar klagen nooit” Rijk zijn pastoors niet. “Maar ik hoor actieve priesters ook zelden klagen over hun wedde”, zegt Toon Osaer,woordvoerder van kardinaal Godfried Danneels. Hoeveel verdient een pastoor? Wie betaalt de wedde? En waar gaat het geld van misvieringen naartoe? Toon Osaer en Geert Lesage van de persdienst van de Belgische Bisschoppenconferentie klappen uit de biecht. ![]() Hoeveel verdient een parochiepriester? Dat bedrag is bij wet vastgelegd en is gepubliceerd in Het Staatsblad. Een groot geheim is het dus niet. Het bruto-jaarinkomen van een parochiepriester bedraagt 16.672,87 euro. Netto heeft de priester ongeveer 1.050 euro per maand. De staat betaalt de wedde. Heeft een priester nog andere inkomsten? Bovenop de wedde is er het zogenaamde casueel: inkomsten uit begrafenissen en huwelijken. Hoeveel de priester hiervan krijgt, is moeilijk te zeggen, want er zijn grote verschillen tussen de parochies. In elk geval krijgt de priester slechts een klein gedeelte van dat geld. Ook de kerkfabriek, het bisdom en de koster en organist krijgen hun deel. Sommige priesters geven hun gedeelte van het ‘casueel’ aan de parochie, maar ze doen dat vrijblijvend. Daarnaast hebben pastoors ook inkomsten uit misintenties. Wonen pastoors altijd gratis? Doorgaans wel. Actieve priesters krijgen gratis huisvesting in de pastorij. De gemeenten staan in voor het onderhoud ervan.Sommige gemeenten doen dat voorbeeldig, andere daarentegen... Heeft een priester recht op anciënniteitsverhogingen? Neen. Een beginnend priester verdient evenveel als een priester met jaren ervaring. Of hij 25 of 65 is, maakt dus geen verschil. Hoeveel pensioen krijgt een priester? Het pensioen is gelijk aan de wedde, maar het casueel is veel minder. Omdat bejaarde priesters geen recht meer hebben op een gratis woonst, hebben zij het financieel veel moeilijker. Vooral bejaarde en zieke priesters kunnen daardoor in de problemen raken. “Als we meer hádden, zouden we meer dóén” Enkele pastoors gingen vrij in op onze vragen over het geld in hun parochie. We legden ze volgende vragen voor: 1 Welke inkomsten heeft de parochie? 2 Met welke uitgaven moet ze rekening houden? 3 Zijn de inkomsten uit omhalingen verminderd? Is dat een gevolg van de euro? 4 Komt de parochie rond? Pastoor Paul Scheelen, Sint-Paulus en Sint-Joris Antwerpen 1 “Enerzijds is er de kerkfabriek, die jaarlijks een begroting opstelt.” Het bedrag daarvan kent pastoor Paul Scheelen niet. “Ik ben nog maar een jaar in deze parochie.” Als de kerkfabriek geld tekort heeft, moet de stad bijleggen. “Er zijn ook de pastorale diensten, die de dagelijkse onkosten behelzen. Het geld daarvoor komt van giften en schalen.” 2 “De kerkfabriek betaalt het onderhoud van de kerkgebouwen en zorgt ervoor dat de erediensten kunnen doorgaan: verwarming, gewaden, brood en wijn enzovoort. Uitgaven voor de parochiezaal, de bejaardenzorg, de catechese, ziekenzorg, gespreksgroepen en vergaderingen worden gefinancierd via de pastorale diensten.” 3 “Dat is wel wat minder, ja. Vroeger was 20, soms zelfs 50 frank normaal. Vandaag geven mensen vaak 20 cent. Ze kennen de waarde van de euro nog niet zo goed.” 4 “Mijn parochie telt 3.500 mensen, vooral studenten, kleine middenstanders en vierdewereldmensen. Rijk zijn we dus niet.We moeten zuinig huishouden, elke cent drie keer omdraaien voor we hem uitgeven. Als we meer middelen hadden, zouden we méér doen, maar de vrijwilligers leggen nu al geld bij.” Pastoor-deken Georges Van Driessche, Sint-Nicolaasparochie Sint-Niklaas1 “Op financieel vlak werkt de parochie met twee instanties. De kerkfabriek haalt zijn inkomsten van omhalingen (zeer miniem) en wat de speciale diensten (huwelijk, begrafenis, doop) opbrengen. De vzw parochiale werken bestond tot voor kort uit drie aparte vzw’s: voor het patrimonium, voor het onderwijs en voor de pastorale werking. Zij halen hun inkomsten vooral uit de verhuur van het patrimonium. In het geval van de Sint-Nicolaasparochie werd de parochiale vzw inzake patrimonium ontbonden en opgenomen in de vzw dekanale werken.” 2 “De belangrijkste uitgaven van de kerkfabriek bestaan uit het onderhoud van infrastructuur. Een deel daarvan werd recentelijk verkocht omdat de inkomsten niet meer opwogen tegen de kosten en het nut binnen de parochiale werking. De vzw’s parochiale werken voor onderwijs en pastorale werking hebben eveneens kosten voor hun patrimonium.” 3 “De inkomsten van de omhalingen daalden met zowat een vierde sinds het invoeren van de euro. Hoewel de pastoor de mensen al vaker vertelde dat de kleine koperen euromunten meer hinder dan hulp opleveren, blijven de parochianen ze uit gewoonte massaal geven. Briefjes liggen nu nog uiterst zelden in de schaal.” 4 “De kerkfabriek komt rond wanneer geen speciale investeringen in gebouwen nodig zijn. In dat geval moet het stadsbestuur bijspringen. Ook de twee resterende vzw’s parochiale werken komen rond dankzij een sober leven.” Pastoor Jaak Verlinden, Ramsel (Herselt) 1 “De inkomsten komen voornamelijk van de eucharistieveringen en de omhalingen met de schaal.” 2 “We hebben een parochiezaal die kosten met zich meebrengt.We moeten ook mensen betalen die mee de diensten verzorgen. Ook het bisdom en de dekenij moeten worden betaald.” 3 “Ik weet niet of die inkomsten verminderd zijn. Ik zeg altijd: wie heeft, die geeft.” 4 “We komen elke keer wel rond.” Kerkfabriek-secretaris Paul Welters, Sint-Lambertusparochie Heist-od-Berg 1 “De belangrijkste inkomsten voor de kerkfabriek zijn de opbrengst van stoelgeld, de opbrengsten uit eigendommen zoals huren en het opdragen van de missen.”2 “De belangrijkste uitgaven zijn het onderhoud van het kerkgebouw. De energiekostenvoor verwarming en elektriciteit lopen nogal op en zeker ook de verzekeringen. Verder alles in verband met de eredienst zoals aankoop van kaarsen, hosties, wijn, liturgische boekjes, kelken, kazuivels, bloemen en de koster.” 3 “De inkomsten uit omhalingen verminderen jaarlijks als gevolg van de achteruitgang van de kerkgangers. Ook de overschakeling naar de euro heeft negatieve gevolgen op de opbrengst.” 4 “De kerkfabrieken komen rond omdat ze de broeksriem aanhalen en noodzakelijke onderhoudswerken niet uitgevoerd worden, gewoon omdat ze veel te duur zijn en daardoor onbetaalbaar. Als de kerkfabriek niet rondkomt is de gemeente wettelijk verplicht bij te passen.”
|