De epidemie
Vanaf november 2002 lijden in de Chinese provincie Guandong (Kanton) zo'n honderden mensen aan ademhalingsproblemen en longontstekingen, waarvan de oorzaak niet geïdentificeerd kan worden. Op 26 februari wordt in Hanoi (Viëtnam) een man opgenomen in het ziekenhuis met een vergelijkbare combinatie van keelpijn, hoest, kortademigheid en koort, spierpijn en een ernstig tekort aan bloedplaatjes. Sinds ongeveer begin maart 2003 treden overeenkomstige ziektebeelden op bij het ziekenhuispersoneel in Hong Kong en Viëtnam. Scholen in Hong Kong worden gesloten; zelfs de directeur van de gezondheidsdienst van Hong Kong vertoont symptomen. De bewoners van een appartementsblok worden in quarantaine geplaatst. Singapore gelast de afzondering van 700 personen die met SARS-patiënten in aanraking zijn geweest. Ook in Taiwan valt eind april de eerste dode.
Minister van volksgezondheid Yeoh Eng-kiong van Hong Kong spreekt van een "werkelijk zeer alarmerende ziekte. Het is een gezondheidsprobleem zoals Hongkong nog nooit heeft meegemaakt."
Eind april wordt de burgemeester van Peking tot ontslag gedwongen. De scholen worden er ook gesloten. Een premie wordt in China uitgeloofd voor wie besmettingen kan aanwijzen. 4.000 inwoners van de stad worden in quarantaine geplaatst. Op een week tijd wordt in de stad een ziekenhuis gebouwd om het toenemend aantal slachtoffers van de ziekte op te vangen. In de Chinese hoofdstad zijn tegen begin mei al 82 mensen overleden aan SARS. 1.553 anderen zijn besmet.
Sinds midden maart worden ziektegevallen gerapporteerd uit Taiwan, Canada, VS, Duitsland, Frankrijk en Engeland: deze patiënten zijn vrijwel allemaal in het Verre Oosten geweest en hebben daar contact gehad met een SARS-patiënt. Het gaat dan ook enkel om geïsoleerde gevallen: er is hier geen sprake van een lokale epidemie. Longspecialisten verwachten dat in Europa steeds meer gevallen vastgesteld zullen worden, maar een echte epidemie in onze contreien is onwaarschijnlijk.
Ook in ons land is men op z'n hoede, wat tot een aantal keren vals alarm leidt. In het Leuvense Gasthuisbergziekenhuis wordt midden maart een 76-jarige man binnengebracht met hoge koorts en een longontsteking. Omdat de man net terug kwam van Zuidoost-Azië werd even gevreesd voor SARS, maar het blijkt om een bacteriële infectie te gaan. Op 29 maart worden bij een Belgisch militair die kort tevoren in Viëtnam werkte alle SARS-symptomen vastgesteld. De 40-jarige Waal, die werd opgenomen in het universitair ziekenhuis van Luik, zou echter toch niet aan SARS lijden, wijzen tests op 1 april uit. Diezelfde dag stelt het parket van Luik dat een man in Grivegnée mogelijk is gestorven aan SARS: twee weken tevoren keerde hij terug van een reis naar Bangkok. Later blijkt de man overleden aan een overdosis drugs.
Tot begin juni worden 8.300 gevallen gerapporteerd in 31 landen, van wie ruim 750 met een dodelijke afloop. Allicht zijn niet alle patiënten SARS-gevallen, maar door de verhoogde waakzaamheid wordt liever te vroeg dan te laat de SARS-diagnose gesteld. Midden mei wordt ook een (genezen) SARS-patiënt gemeld in Groot-Brittannië. Tegen eind mei zijn er in Europa 9 gevallen gesignaleerd in Italië, 9 in Duitsland, 4 in Groot-Brittannië, 3 in Zweden, en telkens 1 in Zwitserland, Roemenië, Spanje, Ierland en Finland. Buiten Azië is vooral Canada het felst getroffen (met 151 zieken).
De WHO meent eind april dat de epidemie over haar hoogtepunt heen is, tenzij in China waar de ziekte te lang geminimaliseerd werd: in China verspreidt de ziekte zich nog steeds, terwijl ze elders bedwongen lijkt. In China werden tot eind mei 5.325 mensen besmet. Overigens is de ziekte niet altijd dodelijk: van de 8.300 gevallen worden er bijna 5.000 genezen.
De WHO verklaart Hong Kong op 23 juni SARS-vrij, maar vijf dagen sterft er weer iemand aan, zodat het totaal van de doden in Hong Kong op 297 komt. Al komen er geen nieuwe gevallen meer bij.
Als begin zomer 2003 de ziekte over z'n hoogtepunt heen is, komen de eerste aanklachten: zes Chinese families van overleden slachtoffers dienen een klacht in tegen de ziekenhuisautoriteiten voor hun slechte optreden tegen de epidemie. En een groep van 30 verplegers die SARS hebben opgelopen maar genezen zijn, hebben advocaten geraadpleegd om te bekijken hoe ze hun werkgevers kunnen aanklagen wegens nalatigheid. In totaal hebben 386 pesoneelsleden van ziekenhuizen de ziekte opgelopen tijdens de dertien weken durende epidemie. Ook in de Canadese staat Ontario overlijdt eind juni voor het eerst een verpleegkundige aan SARS: dat brengt het aantal doden, vnl. in Toronto, op 39. Midden augustus zijn het er 43.
En hoewel de epidemie als 'voorbij' wordt verklaard (eind juli officieel), valt in Tourcoing op 8 juli de eerste SARS-dode in Europa: een 65-jarige cardioloog, die al sinds eind maart opgenomen was, heeft het virus opgedaan bij werk in Hanoi. Zes andere Franse SARS-patiënten worden genezen. Begin september 2003 wordt ook een nieuw geval van SARS gemeld vanuit Singapore. In december 2003 wordt nog SARS vastgesteld bij een tv-producer uit Kanton.
In totaal zijn wereldwijd 8.000 mensen ten prooi gevallen van de ziekte; ruim 800 van hen zijn overleden.
Maatregelen:
Op 15 maart slaat de Wereld Gezondheidsorganisatie WHO groot alarm. Op 16 maart waarschuwt minister van Volksgezondheid Jef Tavernier voor de ziekte en worden Azië-reizigers tot voorzichtigheid aangemaand om verspreiding van SARS te voorkomen. Vooral rechtstreeks contact met SARS-patiënten wordt ontraden.
Terwijl de WHO labo's mobiliseert om de oorzaak van de ziekte te ontdekken - Duitse artsen ontdekken dat een griepachtig virus de oorzaak kan zijn - onderzoeken dokters van de WHO in de Chinese provincie Guangdong de oer-gevallen van de ziekte. Artsen in Hongkong menen dat SARS wordt veroorzaakt door een paramyxovirus, maar de Amerikaanse epidemiologische dienst CDCP (Centers for Disease Control and Prevention) denkt eerder aan een onbekende, virulente variant van een ordinair kouvirus: het SARS-virus zou een vierde en nieuwe variant zijn van dit coronavirus.
De WHO waarschuwt voor de verspreiding van de ziekte via vliegreizen. Op luchthavens in heel Azië wordt dan na de explosie van ziektegevallen midden maart 2003 scherp gelet op passagiers met griepachtige symptomen. Het toerisme naar het Verre Oosten begint er al onder te lijden. Vooral vluchten naar Hong Kong ondervinden minder belangstelling.
Als een Belgisch militair besmet zou kunnen zijn met SARS, beslist de Belgische overheid dat Belgische militairen niet langer naar het Verre Oosten mogen reizen zonder expliciete toestemming. En de soldaat die terugkeert uit Canada, China, Hong-Kong, Singapore of Vietnam moet zich onmiddellijk laten onderzoeken in Neder-Over-Heembeek. Het ministerie van Volksgezondheid ontraadt landgenoten af te reizen naar Zuid-Oost-Azië, en meer bepaald naar Guandong en de steden Hongkong, Hanoi en Singapore. Later wordt geheel China afgeraden als reisbestemming, alsook de Canadese stad Toronto.
Begin januari 2004 kondigt China aan dat het een massale opruiming gaat houden onder civetkatten: de ziekte vertoont immers gelijkenissen met het coronavirus bij civetkatten, die al enige tijd beschouwd worden als de voornaamste overdragers van SARS. Minstens 10.000 katten moeten eraan geloven. Civetkatten komen in China in het wild voor, maar worden er ook gekweekt omdat ze als een delicatesse beschouwd worden.
Volksgezondheid heeft een call-center voor mensen met vragen rond SARS: 02/501.40.00/01.
Severe Acute Respiratory Syndrome
De symptomen:
• deze luchtwegeninfectie start met dezelfde symptomen als de griep: hoge koorts (+38°) en spierpijn
• men heeft ook last van droge hoest, keelpijn, kortademigheid en ademhalingsmoeilijkheden
• ook mogelijk: hoofdpijn, stijfheid, geen honger meer, eczeem en diarree
• daarna kan men een longontsteking ontwikkelen.
Men spreekt van een syndroom wanneer de oorzaak van een ziekte nog onbekend is, en de ziekte enkel kan worden beschreven a.h.v. het klinische beeld dat uit meerdere symptomen bestaat.
Het farmaceutiebedrijf Hoffman-La Roche heeft begin mei een test ontwikkeld die binnen een uur duidelijk moet maken of een persoon met SARS is besmet. Vanaf eind juli is de test verkrijgbaar voor € 13. Een snelle analyse is van levensbelang in de strijd tegen de ziekte.
Risico:
De longziekte blijkt midden april 2003 dodelijker dan tot dan toe werd aangenomen. Wie in het Verre Oosten (China, Hongkong, Vietnam en Singapore) en Canada is geweest - waar de ziekte het eerst opdook - loopt meer risico. Maar niet automatisch: men moet al rechtstreeks in contact zijn geweest met besmette mensen. Verspreiding vindt enkel plaats door heel nauw contact (zoals bij het verzorgen van of samenleven met een patiënt), wanneer men het risico loopt geraakt te worden door hoestdruppels of lichaamsvochten. Zo overlijdt de WHO-dokter Carlos Urbani, die als eerste de ziekte diagnosticeerde bij een Amerikaans zakenman in Hanoio, enkele weken later aan de ziekte. De incubatietijd is kort (2 à 7 dagen), maar SARS blijkt minder snel zich te verspreiden als een griep. Het risico op snelle verspreiding wordt echter verhoogd door reizen.
Oorzaak:
Al snel wordt vermoed dat niet een bacterie (die te behandelen is met antibiotica), maar een virus verantwoordelijk is voor de ziekte. Een paramyxovirus (een virus dat lijkt op het bof- en mazelenvirus) of het coronavirus (een verkoudheidsvirus). Op 17 maart heeft de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) een internationaal netwerk van 13 labo's in 10 landen ingeschakeld in een identificatieproject.
Midden april bevestigt de WHO dat een coronavirus, nooit eerder vastgesteld bij de mens, aan de basis ligt van SARS. Virussen uit deze groep veroorzaken onder meer longziektes bij kippen en kalkoenen en een vorm van hepatitis bij muizen. Coronavirussen hebben tot nu toe alleen nog maar milde ziekten bij mensen veroorzaakt. Ze zijn ook voor zowat 30% van alle gewone ziektes van de ademhalingswegen verantwoordelijk. Volgens de onderzoekers verraadt de genetische structuur van het virus dat het SARS-virus geen mutatie is van een coronavirus, maar een geheel nieuwe vorm. Het nieuw ontdekte coronavirus krijgt de naam "SARS-virus".
Het kraken van de code van het virus is volgens de WHO een "essentiële stap" in de inspanningen van wetenschappers om de longziekte te behandelen en een vaccin te vinden. Volgens longdeskundigen zal dat echter nog jaren kunnen duren.
Behandeling:
Wie besmet is, moet onmiddellijk geïsoleerd worden in quarantaine. Verplegend personeel moet zich hierbij respiratoir beveiligen: minstens mondmaskers voordoen en handschoenen dragen. Omdat de oorzaak van de ziekte nog onbekend is, is een geneesmiddel nog niet voorhanden. Antibiotica is in ieder geval zinloos gebleken. Bepaalde antivirale middelen lijken wel te helpen, zoals ribavirine. In Hong Kong heeft dit middel in combinatie met corticosteroïden succes geboekt bij de behandeling van SARS-patiënten. Als snel de diagnose SARS is gesteld, hoeft de ziekte niet dodelijk te zijn: voordat het te laat is, brengen rust en ondersteunende behandeling (beademing) de ziekte onder controle. De mortaliteitsgraad bedraagt ongeveer 6 procent. Het is moeilijker om besmet te raken door SARS dan door AIDS.
Een mogelijk efficiënte behandeling is die met bloed van genezen patiënten, waarin antistoffen zitten. Zo ontdekte een arts in Hong Kong, die zelf met SARS werd besmet, die zijn eigen bloed gebruikte om een serum te ontwikkelen tegen de ziekte. Met hoopgevende resultaten: van de 70 patiënten die een transfusie kregen met 'SARS bloed', genas ruim 60% na enkele dagen.
Preventie:
Uit de buurt blijven van Aziatische ziekenhuizen in het algemeen en SARS-patiënten in het bijzonder. Hoewel bv. de Australische overheid het afraadt naar Zuidoost-Azië te reizen (o.a. de Rolling Stones annuleren hun - historische - concerten in China), is het niet nodig reizen naar het Verre Oosten of Canada (omgeving Toronto) te annuleren. Sinds de WHO alarm sloeg en de plaatselijke verantwoordelijken voor volksgezondheid preventieve maatregelen oplegde, zijn er enkel nog geïsoleerde gevallen van besmetting opgedoken.
Gevolgen:
Niet alleen zit de WHO en de wereld opgezadeld met een vooralsnog dodelijke nieuwe ziekte, maar ook op andere vlakken komen allerlei zaken in het gedrang. Niet in het minst de luchtvaart wordt getroffen: omdat de ziekte voornamelijk via het luchtverkeer wereldwijd verspreid is geraakt, schrikken mensen ervoor terug nog langer het vliegtuig te nemen en dan bijzonder in Zuidoost-Azië. Volgens luchtvaartorganisatie IATA heeft de terugloop midden mei al 10 miljard dollar gekost: wat een groter negatief effect is dan 11 september en de Irak-crisis bij elkaar.
Daarnaast heeft de epidemie ook grote economische gevolgen voor de landen in de regio: niet alleen zakenmensen maar ook toeristen blijven weg. Zelfs inwonenden gaan niet rondtrekken als het niet echt moet. China verliest de organisatie van een aantal evenementen, zoals bijvoorbeeld het WK voetbal voor vrouwen. Ook Chinese delegaties zijn niet meer welkom op evenementen in het buitenland.
top
|