De brandramp van Volendam
Home | Dossier | Artikels | Links

 

Eens een brandwondenpatiënt, altijd een brandwondenpatiënt

VOLENDAM
Hij heeft geen vrolijk nieuws voor de Volendamse brandslachtoffers. Vuur en extreme hitte kunnen zeer gemeen letsel veroorzaken. Jarenlange ziekenhuisbezoeken en operaties zijn nodig om de ergste verwondingen te verhelpen. Eens een brandwondpatiënt, altijd een brandwondpatiënt, is het credo van dr. H. Boxma, chirurg en hoofd van het brandwondencentrum van het Zuiderziekenhuis in Rotterdam. Volendam zal dus nog letterlijk en figuurlijk tijdenlang ontsierd worden door littekens die de brand in café 't Hemeltje veroorzaakte in de vroege ochtend van het nieuwe jaar. Er is één troost voor de slachtoffers: de wetenschap in Nederland is up-to-date en artsen zullen de laatste technieken toepassen om de slachtoffers - die verspreid over het hele land in ziekenhuizen liggen - te helpen er bovenop te komen.
    Specialist Boxma over de verzorging van brandwondpatiënten, het verschil tussen eigen huid, kweekhuid en donorhuid en uiteraard de behandeling. "We kunnen geen garanties geven dat operaties slagen, maar als er ook maar een theoretische kans op herstel is, gaan we er keihard tegen aan." Een beslissing zoals ze die twee jaar geleden namen in Zweden - waar slachtoffers van een discobrand in Götenborg die voor meer dan vijftig procent verbrand waren niet meer werden geholpen - zal in Nederland niet snel voorkomen. De Zweedse artsen achtten de kans op herstel bij deze mensen zo klein, dat ze behandeling onverstandig vonden. Gelukkig voor de slachtoffers in Volendam en alle andere brandwondpatiënten leggen de Nederlandse medici de grenzen veel ruimer.
    "Wij gaan niet op de stoel van de Lieve Heer zitten", vertelt H. Boxma, dé brandwondenspecialist van het Rotterdamse Zuiderziekenhuis. "Als er maar een sprankje hoop is, een theoretische kans op herstel, dan zullen we slachtoffers zeker behandelen. We kunnen geen garanties geven dat de patiënten de operaties overleven of dat ze daarna een gelukkig leven hebben. Dat niet. Maar we gaan er keihard tegenaan en doen onze best om een slachtoffer de best mogelijke behandeling te geven."
    De techniek is gelukkig vergevorderd. In Nederland zijn alle behandelingen mogelijk die ook elders in de wereld worden toegepast. Maar ook hier moet af en toe de zware beslissing worden genomen: wel of niet doorgaan? Bij het Volendamse drama liepen ongeveer vijf jongeren brandwonden op meer dan negentig procent van hun lichaam op. Door de giftige dampen die in het café vrijkwamen, waren bovendien de longen van deze jongeren ernstig aangetast. Zelfs met de beste wil van de wereld en met de laatste technologische snufjes waren deze mensen niet meer te redden. Dit moesten ook Boxma en de zijnen erkennen. De behandeling werd gestaakt.
    Maar voor alle andere patiënten van het Volendamse drama is er nog hoop. Voordeel, in zoverre je van voordeel kunt spreken met zulke ernstige verwondingen, is dat de slachtoffers allemaal jong zijn en over het algemeen over een gezond lichaam beschikken. Boxma: "Bij een jongen van 17 jaar die voor de helft verbrand is, heeft behandeling zin. Iemand van 80 met precies dezelfde verwondingen, zal zeer waarschijnlijk overlijden aan de complicaties. Daar helpt extra zorg niet tegen. Dat heeft geen zin."

Vergietje

De eerste zorg na een brandwond is het voorkomen van shock. Boxma: "Als je huid voor vijftig procent is verbrand, gaan je andere organen die niet verbrand zijn anders reageren. Die kunnen door de verwondingen niet meer optimaal functioneren. Je bloedvatsysteem bijvoorbeeld raakt in de eerste twaalf tot zestien uur nadat je de verwondingen hebt opgelopen, lek. Het vochtverlies is gigantisch. Om een voorbeeld te noemen: een patiënt die zestig kilogram weegt en voor vijftig procent is verbrand, verliest in de eerste 24 uur twaalf liter vocht. Zo iemand is eigenlijk net een vergietje. Het is letterlijk dweilen met de kraan open. Je dient continu vocht toe per infuus, maar het loopt er ook bijna net zo snel uit."
    Waar bij brandpatiënten ook meteen naar gekeken moet worden, zijn de longen. Het inademen van giftige dampen - denk aan roet, rook en giftige stoffen die vrijkomen bij verbranding van kleding en zoals in het geval van Volendam kerstboomstukjes - leidt vaak tot ademhalingsproblemen. Boxma: "Het is opmerkelijk hoeveel mensen na de brand in Volendam aan de beademing moesten: tachtig. Er is nog nooit zo'n grote groep geweest in Nederland die na een brand aan de beademing moest. Er zijn blijkbaar heel veel dampen vrijgekomen bij deze brand."
    De eerste operatie volgt vaak pas na een paar dagen en is bijna altijd een spoedoperatie om te voorkomen dat gezonde lichaamsonderdelen worden aangetast. "Als we niets doen, kan een verbrande arm ertoe leiden dat een gezonde hand afsterft", weet Boxma. "Bij derdegraadsverbrandingen is de huid dood. En een dode huid is net een zeem lederen lap, er zit totaal geen rek in. Maar omdat het vochtcirculatiesysteem van slag is, treedt er vochtverlies op. Je arm gaat zwellen, maar de huid geeft niet mee. Het gevolg is dat de bloedvaten worden dichtgedrukt. Als je daar niets tegen doet, kan dat bij een verbrande arm ertoe leiden dat een gezonde hand wordt aangetast en sterft. Om dit te voorkomen, voeren wij een spoedoperatie uit. Die houdt in dat we kleine gaatjes snijden waaruit het vocht kan weglopen, zodat er dus geen complicaties optreden."

Huidtransplantaties

Pas later volgen de cosmetische operaties waarbij huid wordt getransplanteerd. Er zijn drie soorten huid: de eigen huid van de patiënt, gekweekte huid (eveneens van de patiënt) en donorhuid. Boxma: "Als huid verbrand is, is het dood. Dode weefsel moet worden verwijderd en de wonden die daardoor ontstaan, bedekt met ander huid. Dit moet overigens wel huid van de patiÙnt zelf zijn. Ander vel wordt door het lichaam niet geaccepteerd, het wordt afgestoten. Dat geeft inderdaad soms problemen: iemand die voor zeventig procent verbrand is, heeft nog maar dertig procent gezonde huid over. Daar kun je niet zomaar alle wonden mee bedekken."
    Een veelgebruikte methode om meer huid te verkrijgen, is een stukje gezonde huid weg te halen van de benen, armen, romp en het behaarde hoofd (in deze volgorde) van het slachtoffer en deze door een speciale snijmachine te halen. Dit systeem werkt een beetje als een pastamachine: je stop er een klein stukje in en je krijgt er een groter, uitgerekter dunner stuk voor terug. De dunne plak huid zit wel vol met gaten. Hoe groter je de mazen maakt, hoe groter het stuk vel wordt. Maar hoe groter de mazen zijn, hoe langer het duurt voordat de gaten naar elkaar toegroeien en daarmee hoe langer de behandeling duurt.
    Het gebruik van gekloonde kweekhuid behoort eveneens tot de mogelijkheden. Maar aan deze behandeling zitten grote maren. "Ten eerste is dat de duur", legt Boxma uit. "Het duurt vier weken voor de huid is gekweekt, misschien dat we dit terug kunnen brengen naar drie weken, maar het blijft een lange periode. De patiÙnt kan eerder nieuw huid nodig hebben. En ander probleem van kweekhuid is dat het slechts bestaat uit een dun laagje opperhuid. Als je er langs wrijft, en dit hoeft echt niet hard te gebeuren, wrijf je het er zo weer af. Het is bovendien kostbaar om huid te kweken. Kweekhuid is op dit moment niet dé oplossing voor brandwonden. Het wordt soms, in geselecteerde gevallen, door een dermatoloog gebruikt bij bijvoorbeeld de behandeling van zweertjes. Maar verder gebruiken we het weinig in Nederland."

Tijdelijk

Bij ernstige brandwonden wordt wel gebruik gemaakt van donorhuid. Maar ook dit is geen echte oplossing. Het dient slechts als een tijdelijke oplossing. Boxma: "Omdat het lichaam huid van een ander niet accepteert, moet je donorhuid meer zien als een soort verband. Je hebt iets weggehaald en moet de wond of het weefsel dat open is komen te liggen, bedekken. Dat lukt je niet met leukoplast of een gewoon verbandje. Wel met een stuk donorhuid. Er is slechts één uitzondering waarbij donorhuid wel aanslaat: dat is bij eeneiige tweelingen. Maar in principe wordt de donorhuid na een aantal weken afgestoten. We zitten nu in een stadium dat we, beetje bij beetje, de afstotende werking van donorhuid tegengaan. In de toekomst, en daar geloof ik heilig in, zal er een techniek worden ontwikkeld waarbij de donorhuid in het onderliggende weefsel zal gaan groeien. Je krijgt dan een gezonde onderhuid waar kweekhuid beter op hecht. Deze combinatie zal het zeker maken in de toekomst."
    Maar de oplossing of niet, ook in de toekomst zal een slachtoffer vele operaties moeten ondergaan om van brandwonden te herstellen. Want zoals Boxma noemt: eens een brandwondpatiënt, altijd een brandwondpatiÙnt. "Als je voor vijftig procent verbrand bent, heb je zeker vijf a tien operaties nodig om daarvan te herstellen. Maar ook later zul je wel eens terug moeten naar het ziekenhuis. Littekens gaan op den duur namelijk trekken. Daar waar je gewrichten zitten, denk bijvoorbeeld aan knieÙn en ellebogen, wordt dat op een gegeven moment zeer hinderlijk. Of denk aan littekens bij je oogkassen. Als die gaan samentrekken, kun je je oogleden niet sluiten. En dat is niet prettig, je hoornvlies droogt dan uit. Dat zal toch weer verholpen moeten worden met nieuwe operaties."

top